Dreigend Europees verbod op ‘glutenvrij’ label op normaal voedsel

Ook zoveel baat bij de glutenvrij-labeling door supermarkten als Albert Heijn (Nederland), Plus (Nederland), Mercadona (Spanje) en andere producenten? Een nieuwe Europese verordening voor voedsel voor medisch gebruik (2011/0156(COD)) dreigt te ontsporen in een monopolie op de term “glutenvrij” voor de dieetvoedingsindustrie. Op gewone glutenvrije voeding mag de aanduiding “glutenvrij” dan niet meer voorkomen. Lees hier hoe dat kan en hoe je dit nog kunt beïnvloeden.

Indeling

Extra informatie is te vinden in het bijbehorende artikel “2011/0156(COD): Extra info“.

Samenvatting

1. Het voorstel, in de huidige vorm, doet “glutenvrij” inderdaad verdwijnen van gewone voeding

De voorgestelde nieuwe verordening verbiedt het gebruik van de “glutenvrij”-aanduiding op levensmiddelen voor normale consumptie. Het gebruik van “glutenvrij” wordt voorbehouden aan bijzondere voeding. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het product niet meer alleen voldoen aan de (ongewijzigde) maximumgrens van 20 mg/kg glutengehalte, maar moet de producent ook een zwaar kwaliteitsborgingssysteem toepassen. Daarnaast stelt de verordening een aantal eisen die niets met het glutengehalte te maken hebben, zoals aan het vitaminen- en mineralen-gehalte en een wetenschappelijke en medische onderbouwing van de gehele samenstelling. Door deze nieuwe eisen zal het voor ‘gewone’ voedselproducenten een stuk kostbaarder worden om hun producten in de nieuwe categorie onder te gaan brengen. Als het voorstel in de huidige vorm zou worden ingevoerd, is te verwachten dat de “glutenvrij”-aanduiding van het merendeel van de normale, glutenvrije producten verdwijnt. Klik hier voor meer details.

2. Fout door Commissie, verkeerde reparatie door Europees Parlement

Als ik het goed zie, zijn de problemen begonnen doordat in het oorspronkelijk voorstel van de Europese Commissie gesproken werd over het intrekken van de huidige gluten-verordening zonder iets nieuws ervoor in de plaats te stellen. Waarom de Commissie de gluten-verordening wilde intrekken in een verordening over baby-, peuter- en medische voeding is mij niet duidelijk. De Italiaanse Senaat wees er in ieder geval al snel op dat intrekking niet wenselijk is. Het Europees Parlement lijkt deze fout te hebben willen repareren door de in te trekken verordening gedeeltelijk over te nemen in de nieuwe verordening. Daarbij is echter alleen de regeling van “glutenvrij” voor bijzondere voeding overgenomen en niet de regeling van “glutenvrij” voor normale voeding. Hoe dit binnen het parlement tot stand is gekomen is moeilijk na te gaan, omdat er al snel een compromis over het gehele voorstel naar buiten kwam waar de meeste partijen achter stonden. De Italianen en Duitsers lijken de voortrekkers te zijn geweest. Ik krijg de indruk dat veel parlementariërs zich niet bewust zijn geweest van de gevolgen voor de keuzevrijheid van de consument. Diverse parlementsleden verklaarden “glutenvrij” liever anders te hebben geregeld, maar stemden toch vóór het gehele pakket. Klik hier voor meer details.

3. Raad en Parlement lijnrecht tegenover elkaar; laat je stem dus horen!

Zowel de Raad van Ministers als de Europese Commissie hebben zich uitgesproken tegen het opnemen van “glutenvrij” in deze verordening over bijzondere voeding. Zij zien de oude gluten-verordening liever opgenomen in weer een andere verordening, namelijk die over voedselinformatie aan consumenten. Die verordening geldt voor alle voeding. De Raad moet hierover nu onderhandelen met het Parlement. Als ik het goed begrijp, zijn deze onderhandelingen niet openbaar. Klik hier voor meer details.

Neem contact op met jouw Europarlementariër

Het risico bestaat dus dat tussen de Raad en het Europees Parlement weer een compromis wordt bereikt, waarbij “glutenvrij” weer als wisselgeld wordt gebruikt. Het is dus belangrijk je stem te laten horen aan de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Vind onderaan deze pagina jouw Europarlementariër en laat hem/haar weten hoe jij hierover denkt! Klik hier om meteen naar onderen te springen.

Commentaar

Extra voorschriften “ter bescherming”

Op dit moment wordt het gebruik van “glutenvrij” nog geregeld door Verordening (EG) 41/2009. Deze huidige regeling stelt alleen eisen aan het glutengehalte.

In de nieuw voorgestelde verordening worden onder het mom van “bescherming van een kwetsbare groep” twee nieuwe categorieën voorschriften aan toegevoegd:

  • Bestaand: Voorschriften t.a.v. het glutengehalte, bijv. maximaal 20 mg/kg voor de term “glutenvrij”.
  • Nieuw: Voorschriften t.a.v. de overige samenstelling, bijv. wetenschappelijke en medische onderbouwing en hoeveelheden vitaminen en mineralen.
  • Nieuw: Voorschriften t.a.v. de productiemethode, bijv. GMP: Good Manufacturing Practice.

Extra voorschriften kunnen meer zekerheid geven over het glutengehalte van voeding, maar kunnen ook drempels opwerpen voor producenten en leiden tot een afname van het aanbod van gewone glutenvrije levensmiddelen. Nieuwe voorschriften moeten daarom kritisch worden bekeken.

“speciaal gemaakt voor” vs. “geschikt voor”

De extra voorschriften geven invulling aan de “bijzondere samenstelling of bereidingswijze” die volgens de definities van het voorstel bij “speciaal voor personen met een glutenintolerantie gemaakte”, bijzondere voeding hoort. Met deze voorschriften probeert men dus een concrete invulling te geven aan de eis van “speciaal gemaakt voor“.

Dit uitgangspunt is al fout. “Speciaal gemaakt voor” ziet op de intentie van de producent. Voor de consument is de intentie van de producent niet van belang. De consument wil weten of hij het eindproduct kan eten of niet. Gezien vanuit het perspectief van de “personen met een glutenintolerantie” moet men dus kijken naar “levensmiddelen geschikt voor personen met een glutenintolerantie”.

Bijvoorbeeld: Albert Heijn huismerk boerenkool met worst-maaltijd bevat geen gluten, is een volwaardig alternatief voor andere opwarmmaaltijden en voldoet aan de voedingsbehoefte. Het is dus een levensmiddel geschikt voor personen met een glutenintolerantie. Het heeft geen bijzondere samenstelling of bereidingswijze en is niet speciaal voor hen gemaakt, maar is dat van belang? Voor de glutenvrije consument is slechts van belang of hij het kan eten of niet.

GMP-eis: Weinig extra zekerheid

Is het nodig en zinvol om de term “glutenvrij” te beschermen met Good Manufacturing Practice (GMP), een kwaliteitsborgingssysteem? Dat ligt eraan of er het zonder GMP niet ook al goed gaat. Momenteel mag de “glutenvrij”-aanduiding ook zonder toepassing van GMP gebruikt worden en ik heb de indruk dat de fabrikanten hier verantwoordelijk genoeg mee om gaan. De voedselindustrie kent al veel kwaliteitswaarborgen en wordt uiteindelijk ook gecontroleerd door consumentenorganisaties en de eindgebruikers zelf. Bovendien zijn zelfs certificeringen nog steeds geen garantie voor foutloos fabriceren. Moet je voor een klein beetje meer zekerheid een grote keuzevrijheid opgeven? Vooral als zelfs een GMP-geproduceerd product nog steeds maximaal 20 mg/kg gluten mag bevatten. Voor de consument die belang hecht aan deze hoge kwaliteitsbewaking zou ook gedacht kunnen worden aan een apart label, bijv. “glutenvrij extra zeker”.

Samenstellingeisen: Betutteling

Zolang gewone consumenten de vrijheid hebben om zelf een al dan niet evenwichtige voeding te kiezen, moet deze vrijheid ook gelden voor glutenvrije consumenten. Personen met een glutenintolerantie worden tijdens de debatten steevast als “kwetsbare groep” aangeduid, terwijl dit ook gewoon een doorsnede van de algemene bevolking is. Het helpen van personen met een glutenintolerantie schiet te ver door als glutenvrije consumenten gedwongen worden te kiezen voor “evenwichtig samengestelde” voeding, samengesteld op basis van voorschriften van een overheid. Evenals de rest van de bevolking moeten glutenvrije consumenten vrij zijn om zelf te bepalen of ze al dan niet “evenwichtig” eten. Het belangrijkste is dat gluten afwezig zijn, niet dat andere voedingsstoffen aanwezig zijn. Volwassen coeliakie-patiënten hebben de hulp van Liese (Duitsland, EVP) niet nodig om te weten dat de hele dag glutenvrij snoepgoed eten niet gezond is.

Er moet ook onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende “kwetsbare groepen”. Het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie zag alleen op baby’s, peuters en gebruikers van medische voeding. We hebben het dan over jonge ouders en acuut zieken die in principe slechts tijdelijk de bijzondere voeding nodig hebben. Zij hebben weinig tijd en energie om zich goed te informeren, zijn hierdoor meer “kwetsbaar” en moeten beschermd worden tegen de marketing van de voedingsindustrie. Dit in tegenstelling tot coeliakie-patiënten. Die volgen hun leven lang hun glutenvrije dieet en krijgen daarmee uitgebreid de tijd om zich te verdiepen in de voedingswaarden van hun glutenvrije voeding. Velen zijn lid van patiëntenverenigingen of wisselen op Internet recepten en voedingstips uit. We mogen dan ook verwachten dat coeliakie-patiënten beter geïnformeerde consumenten zijn dan jonge ouders en acuut zieken en daarom minder bescherming nodig hebben tegen de marketing van de voedingsindustrie.

De concurrentie voor de speciaalvoedingsindustrie wegreguleren

Uit de uitspraken in het debat blijkt dat de belangen van bedrijven in de glutenvrije bijzondere voedingsindustrie hebben meegespeeld. Nu veel fabrikanten van gewone voeding de glutenvrije consument hebben ontdekt (ca. 0,5 tot 2% van de Europese bevolking lijdt aan coeliakie), ondervinden de producenten van bijzondere voeding de laatste jaren waarschijnlijk meer concurrentie. Het is echter niet de taak van een overheid om bepaalde bedrijven kunstmatig een groter marktaandeel te geven. De toename van het gebruik van “glutenvrij” aanduiding in de supermarkten is normale marktwerking en de EU hoeft de speciaalvoedingsindustrie hier niet tegen te beschermen.

Overigens zijn er nog voldoende andere kansen voor de speciaalvoedingsindustrie. In de producten waarin tarwebloem van oorsprong een hoofdingrediënt is, zoals brood, koekjes en pasta, zijn nog weinig glutenvrije huismerk-varianten te vinden. Laat de speciaalvoedingsindustrie die kansen grijpen in plaats van de EU de concurrentie te laten wegreguleren.

Belang consument moet voorop staan

De voorgestelde criteria “bijzondere samenstelling of bereidingswijze” en “speciaal gemaakt voor” lijken geschreven vanuit het perspectief van bestaande fabrikanten in de speciaalvoedingsmarkt en niet in het belang van de consumenten op die markt, voor wie het neerkomt op de vraag of producten “geschikt zijn voor” hen.

Wie kijkt vanuit het perspectief van de glutenvrije consument, ziet dat het beter is geen onderscheid te maken tussen bijzondere en gewone voeding, maar ‘glutenvrij’ in één keer te regelen voor alle levensmiddelen. Diverse partijen in het wetgevingsproces (de Commissie, de Raad, diverse leden van het Europees Parlement) zitten ook op deze lijn, zie elders in dit artikel. Uiteraard zal ook met het schrappen van Verordening (EG) 41/2009 gewacht moeten worden tot dit geregeld is.

Herzie de 20 mg/kg grens

Waarom niet de 20 mg/kg grens heroverwogen? Zelfs in het nieuwe voorstel mag een product met 15 mg/kg glutengehalte op de markt gebracht worden als “glutenvrij”, terwijl de patiënten-forums vol staan van de patiënten die claimen ook hiervan klachten te krijgen. Men zou kunnen denken aan de eis dat een product qua receptuur een theoretisch glutengehalte van 0 mg/kg moet hebben, waarbij dan in het eindproduct uitschieters tot maximaal 20 mg/kg toegestaan zijn, mogelijk als gevolg van sporen van gluten in het productieproces.

Categorie “zeer laag glutengehalte” overbodig

Waarom niet de aanduiding “zeer laag glutengehalte” (tussen de 20 en 100 mg/kg glutengehalte) afgeschaft? Een overbodige categorie die ik in de winkel nog nooit ben tegengekomen en waar de meeste coeliakie-patiënten waarschijnlijk toch niet voor zouden kiezen.

Alleen gluten

Tenslotte is het vreemd dat het Europees Parlement alleen gluten laat opnemen, terwijl andere ziekten en allergenen niet worden genoemd. Diabetes (suikerziekte) en lactose worden voorlopig achterwege worden gelaten, terwijl pinda, schaaldieren, etc. in het geheel niet worden genoemd.

Van compromis tot compromis

Hoewel het lijkt alsof het Europees Parlement als een blok achter deze wijziging staat, zijn er veel aanwijzingen dat hier als gevolg van een reeks onderhandelingen een bepaalde visie is komen bovendrijven die niet persé door alle parlementsleden gedeeld wordt. Een reconstructie:

  • Allereerst lijken Duitse en Italiaanse parlementsleden de aanzet te hebben gegeven, waarbij de belangen van de industrie of de inrichting van het nationale zorgsysteem hebben meegespeeld.
  • Deze Duitse en Italiaanse leden lijken vervolgens binnen hun verschillende fracties hun fractiegenoten hierin te hebben meegekregen. Liese (Duitsland, EVP) heeft het over lange discussie en een compromis ten aanzien van gluten in zijn fractie. Gelet op de indieners van de amendementen, heeft deze Duits/Italiaanse invloed binnen diverse partijen tegelijkertijd gespeeld.
  • Tegen de tijd dat het onderwerp in de ENVI-commissie op tafel kwam, waren binnen de grote partijen de compromissen al gesloten en stonden deze dus als één blok achter de opname van “glutenvrij”.
  • Een kleinere partij als de ECH was binnen de ENVI-commissie tegen het gluten-voorstel. “Glutenvrij” was echter slechts een onderdeel van een veel groter voorstel. Toen daarover gestemd moest worden, stemde ECH toch vóór. Zie de opmerkingen in het debat van Girling (Verenigd Koninkrijk, ECH).
  • Toen het voorstel in de plenaire vergadering van het Europees Parlement ter tafel kwam, leek het dus weer alsof de ENVI-commissie als een blok achter de opname van “glutenvrij” stond.
  • Bij de stemming in de plenaire vergadering lijken de meeste parlementsleden blindelings het voorstel van de ENVI-commissie te hebben overgenomen. Tijdens het debat en in de stemverklaringen wordt her en der nog wel gemord, maar voor niemand voldoende reden om tegen te stemmen.

Keer op keer lijkt niemand er een breekpunt van te willen maken en zo gaat het van compromis tot compromis. Via zo’n getrapt stelsel kan een voorstel dat geen meerderheid heeft toch een meerderheid krijgen. Het lijkt nu alsof het hele Europees Parlement als één blok achter dit voorstel staat, terwijl het in werkelijkheid slechts het voorstel is van een handjevol Italiaanse en Duitse ENVI-commissieleden.

Uit het debat en de stemverklaringen blijkt dat veel parlementsleden staan te springen om ‘iets’ voor de coeliakie-groep te doen. Ik hoop dat zij tijdig inzien dat het huidige voorstel niet het ‘iets’ is waar de coeliakie-patiënt op zit te wachten.

Suggesties voor verbetering

Ten opzichte van de geconsolideerde versie van het Europees Parlement in eerste lezing van 2011/0156(COD) zie ik een verschillende mogelijkheden om de schade te herstellen:

  1. Alles terugdraaien en het later beter regelen:
    • Compleet ongedaan maken van alle glutenvrij-amendementen, zoals gedaan door het Europees Parlement in eerste lezing; en
    • Artikel 17 lid 2 (intrekking van Verordening (EG) 41/2009), zoals opgenomen in het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie, schrappen; en
    • De Europese Commissie vragen om een nieuw voorstel te doen omtrent regeling van “glutenvrij” in een regeling die ook geldt voor levensmiddelen voor gewone consumptie, bijvoorbeeld Verordening (EU) 1169/2011.
  2. Het huidige voorstel naar beste kunnen repareren:
    • Nieuw artikel 10 bis lid 4 toevoegen met daarin dezelfde tekst als artikel 4 van Verordening (EG) 41/2009. Kort gezegd: De vermelding „glutenvrij” mag ook op levensmiddelen voor gewone consumptie worden gebruikt, mits het glutengehalte niet meer bedraagt dan 20 mg/kg; en
    • Nieuw artikel 10 bis lid 5 toevoegen met de bepaling dat behalve het voorschrift ten aanzien van het glutengehalte de ander voorschriften van deze verordening (onder andere artikel 9 en artikel 10 bis lid 3) niet gelden voor de in het vorige lid bedoelde levensmiddelen voor gewone consumptie.
  3. Een nieuwe aanduiding in het leven roepen:
    • Onderscheid maken tussen “glutenvrij” voor glutenvrije levensmiddelen voor gewone consumptie en “bijzondere voeding voor coeliakie-patiënten” voor glutenvrije bijzondere voeding; en
    • Eventueel schrappen van de categorie “zeer laag glutengehalte”.

Neem contact op met jouw Europarlementariër

Als je invloed wilt uitoefenen op de komende onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement, kun je contact opnemen met een Europarlementariër. Hieronder een overzicht van alle Europese fracties en de bij deze verordening betrokken leden. De vetgedrukte personen zijn nauw betrokken bij het proces.

Ingesprongen staan per partij Nederlandse en/of Vlaamse collega’s genoemd. Vetgedrukt daarbij ook de Nederlandse of Belgische politieke partijen. Deze leden spreken Nederlands en kunnen dus de schakel vormen naar hun buitenlandse partijgenoot die bij het dossier betrokken is.

(Met lid/plaatsvervanger wordt bedoeld: lid of plaatsvervangend lid van de ENVI-commissie.)

Een complete lijst van commissieleden met vermelding van land en partij is hier te vinden. Zoeken naar parlementsleden op land, fractie en/of commissie kan hier. Klik op de naam van een Europarlementariër om een profiel-pagina met contactgegevens te openen.

Zelf heb ik contact gezocht met Europarlementariër Esther de Lange (Nederland, CDA/EVP-fractie). Zij gaf aan dat er wat haar betreft voor de coeliakie-patiënt in de praktijk niets moet veranderen, maar ziet tegelijkertijd in dat bij het huidige voorstel de glutenvrije producten de dupe dreigen te worden. Hoewel de marge om iets te corrigeren wat beperkt is, zegt De Lange te zullen proberen dit punt mee te nemen in de onderhandelingen die zij namens de EVP-fractie met de Raad voert.

Extra info

Extra informatie is te vinden in het bijbehorende artikel “2011/0156(COD): Extra info“.

Wat vind jij?

Plaats je mening of aanvullende informatie hieronder in de comments!

Update 22 februari 2013: Over dit onderwerp is een vervolgartikel verschenen: “EU-verbod “glutenvrij” van de baan; heikel onderwerp toevertrouwd aan besloten comité”. Je kunt nu onder dat artikel reageren.

4 gedachten over “Dreigend Europees verbod op ‘glutenvrij’ label op normaal voedsel”

  1. Let’s hope the industry is creative enough to find a way to keep on making our daily shopping easier for normal consumption food that does not contain gluten. No law against using some sort of icon that will be explained as free of wheat/barley/rye/etc

Reacties zijn gesloten.