EU-verbod “glutenvrij” van de baan; heikel onderwerp toevertrouwd aan besloten comité

Het Europees Parlement heeft alsnog ingestemd met het weglaten van de regels omtrent “glutenvrij” markering uit een verordening voor speciale voeding. Een verbod op “glutenvrij” labels op normale voeding is hiermee van de baan.

De Europese Commissie heeft het Europees Parlement en de lidstaten ervan overtuigd dat zij de bestaande regels over “glutenvrij” ongewijzigd zal overhevelen naar de verordening over voedselinformatie voor consumenten.

Het politieke compromis kan zo worden gelezen dat het de Commissie enige ruimte laat om aanvullende vereisten voor het gebruik van het label te introduceren, zelfs als dat het aanbod voor glutenvrije consumenten zou kunnen aantasten.

Een roep om verandering zou bijvoorbeeld kunnen komen uit het SCFCAH comité, een machtig, maar besloten adviescomité van de Commissie. Dit comité speelt in 2013 een sleutelrol in de ontwikkelingen op dit onderwerp en bestaat uit ambtenaren van de verschillende Europese lidstaten. Een lobby van de dieetvoedingsindustrie aan het adres van deze ambtenaren zou wederom voor verrassingen kunnen zorgen.

Zo heeft dit blog ontdekt dat in oktober 2012 een lobby-document van de Italiaanse Coeliakie Vereniging AIC werd geschreven door een vertegenwoordiger van de dieetvoedingsindustrie. In antwoord hierop stelt AIC dat in Italië de consumenten en de dieetvoedingsindustrie verenigd waren in hun standpunt. Italiaanse coeliakie patiënten krijgen hun dieetvoeding vergoed door de nationale ziekenkas. AIC stelt dat het zich inmiddels heeft neergelegd bij het politiek akkoord en blij is met de oproep aan de Commissie om een mogelijk onderscheid tussen natuurlijk glutenvrije voeding en glutenvrij gemaakte voeding te onderzoeken. Voor beide voedingscategorieën is AIC inmiddels akkoord met het behoud van de huidige vereiste van 20 mg/kg, zonder nieuwe, aanvullende vereisten op Europees niveau. In plaats daarvan wil AIC het etiketteringsonderscheid gebruiken om op nationaal niveau aanvullende eisen te kunnen stellen aan de vergoeding van glutenvrij gemaakte voeding. Italië heeft vóór het bereikte akkoord gestemd.

Europarlementariër en schaduwrapporteur Esther de Lange (Nederland, CDA/EVP) laat weten dat de Commissie het parlement gegarandeerd heeft dat de regels ongewijzigd zullen worden overgebracht. Ze verwacht dat de overheveling begin 2014 is afgerond.

De verklaringen die Duitsland tijdens de onderhandelingen heeft afgegeven, duiden erop dat het land zijn bezwaren tegen het “glutenvrij” onderdeel van de afspraak pas op het laatste moment heeft laten varen. Desondanks stemde Berlijn op andere, niet aan “glutenvrij” gerelateerde, gronden toch nog tegen het akkoord als geheel.

Inhoud

Voorgeschiedenis

Fout door Commissie, verkeerde reparatie door Europees Parlement

(juni 2011 t/m juni 2012)

In juni 2011 deed de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe Verordening betreffende speciale medische voeding, bekend als COM/2011/0353, COM 353/2011 of 2011/0156(COD). In dit voorstel werd de bestaande regelgeving over “glutenvrij” markeringen ingetrokken zonder dat duidelijk was hoe dit onderwerp in de toekomst geregeld zou gaan worden. Gealarmeerd door Italiaanse en Duitse Europarlementariërs, nam het Europees Parlement in juni 2012 amendementen aan om de “glutenvrij” regels onder te brengen in de nieuw voorgestelde Verordening.

Echter, de voorgestelde Verordening waarin het Europees Parlement de “glutenvrij” regels wilde opnemen, betreft alleen speciale voeding, zoals voeding voor zuigelingen en medische voeding. Het bevat allerlei strenge eisen die niets met het glutengehalte van het voedsel te maken hebben. Bijvoorbeeld: alle “glutenvrij” gelabelde voeding zou wetenschappelijk en medische getoetst moeten worden, minimum hoeveelheden vitaminen en mineralen moeten bevatten en het productieproces zou beheerst moeten worden door een extra kwaliteitsbeheersingssysteem. Het voorstel bepaalde verder dat “glutenvrij” exclusief daarin geregeld zou worden. Geen aparte regels voor levensmiddelen voor gewone consumptie. Als het voorstel van het Europees Parlement erdoorheen was gekomen, zouden supermarkten en producenten van normale voeding massaal de “glutenvrij” logo’s van de etiketten van hun glutenvrije producten hebben verwijderd.

Meer details over de periode juni 2011 t/m juni 2012 kun je vinden in mijn artikelen van sptember 2012: hier en hier.

Informele trialoog onderhandelingen

(juli 2012 t/m november 2012)

Nadat het Europees Parlement in juni 2012 het voorstel in eerste lezing had behandeld, was nu formeel de Raad aan de beurt om daarop te reageren. Het voorstel loopt via de zogeheten gewone wetgevingsprocedure, ook wel co-decisie (COD) procedure genoemd, beschreven in artikel 294 VwEU.

Op 6 juli 2012 gaf de Raad een beschouwing van de meningsverschillen die het had met het Parlement. Bij elk “gluten”-amendement van het Parlement schreef de Raad “Niet acceptabel. Niet verenigbaar met het uitgangspunt om glutenvrije producten te reguleren in de context van Verordening (EU) Nr. 1169/2011.”

Maar in plaats van dat de Raad een formele reactie gaf, besloten de partijen trialoog onderhandelingen te beginnen.

Trialogen (ook wel trilogen of driepartijenbijeenkomsten) zijn een typisch Europees fenomeen waarbij vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie (de lidstaten) en de Europese Commissie informeel en achter gesloten deuren onderhandelen om politieke overeenstemming te vinden aangaande wetgevingsvraagstukken. Hoewel trialogen zeer efficiënt kunnen zijn, maken zij het wetgevingsproces ook ondoorzichtiger en minder democratisch. (Farrell and Héritier 2003, Stie 2012).

Vaak worden trialogen gehouden voor de eerste lezing van het Parlement. Dat kan dan leiden tot een overeenstemming in eerste lezing. In dit geval is pas overeenstemming bereikt nadat het Parlement zijn opinie in eerste lezing had uitgebracht, maar voordat de Raad een gemeenschappelijk standpunt had ingenomen. Dit wordt ook wel een vroege overeenstemming in tweede lezing (early second reading agreement) genoemd. (Reh et al., 2011, artt. 16 t/m 18 Gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure).

Volgens een LIMITE gemarkeerde conceptversie van het politiek akkoord, vonden de eerste twee trialogen plaats op 19 september en 9 oktober 2012. Voorafgaand aan de derde bijeenkomst werd een aanpassing van “glutenvrij” Overweging 26 goedgekeurd tijdens een COREPER zitting van 9 november 2012, waarbij Duitsland tegen stemde. Het politiek akkoord werd bereikt in de derde bijeenkomst op 14 november 2012, “na lange en moeizame gesprekken” en formeel goedgekeurd in december 2012.

Politiek akkoord: “Glutenvrij” te regelen in de algemene voedselwetgeving

(december 2012 t/m maart 2013)

Het nieuwe akkoord draait alle “glutenvrij” amendementen terug die het Europees Parlement had voorgesteld op het voorstel gericht op medische voeding en babyvoeding, waaronder het verbod op “glutenvrij” labels op levensmiddelen voor gewone consumptie.

De enige verwijzing die het akkoord nog naar “glutenvrij” maakt, staat in Overweging 26. Deze stelt dat de nieuwe wijze van regelgeving “ten minste hetzelfde beschermingsniveau” moet bieden. Hoewel dit garandeert dat de huidige eisen voor “glutenvrij” markeringen niet zullen worden versoepeld, laat deze bewoording wel ruimte voor discussie over aanvullende beschermende eisen, welke tot een verminderd aanbod voor consumenten met coeliakie zouden kunnen leiden.

Het akkoord werd op 18 december 2012 goedgekeurd door de commissie voor Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) van het Europees Parlement, waarbij rapporteur Ries duidelijk maakte dat consumenten met coeliakie niet zo kwetsbaar zijn als zuigelingen of ziekenhuispatiënten en een gelijkwaardige behandeling zullen krijgen als normale consumenten:

“Het gaat hier over specifieke voedingsmiddelen en de draagwijdte is beperkt tot het deel van de bevolking dat het echt nodig heeft. Dat zijn de hele kleine kinderen, mensen die lijden aan obesitas en mensen in het ziekenhuis.

[…]

En dan de voedselintoleranties, lactose en gluten, waarover we veel gesproken hebben, onder andere in de plenaire vergadering. Deze zullen worden geregeld in de Verordening over verstrekking van voedselinformatie aan consumenten op een vergelijkbare wijze als allergenen.”

– Frédérique Ries (België, MR/ALDE), Rapporteur ENVI Commissie Europees Parlement over 2011/0156(COD), 18 december 2012 (video met Nederlandse vertolking fragment vanaf 10:11:15)

De Raad keurde het akkoord op 20 december 2012 goed (video met Nederlandse vertolking). De tekst van de Verordening zoals opgenomen in het akkoord ondergaat nu jurische-taalkundige correctie. Daarna zal de tekst formeel door de Raad in eerste lezing en het Parlement in tweede lezing worden aangenomen. Aangezien er nu akkoord is, zullen deze formele stappen naar verwachting geruisloos verlopen en naar verwachting in maart 2013 worden afgerond.

Hoe nu verder?

Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen

Het akkoord komt erop neer “glutenvrij” te regelen in de Verordening aangaande voedselinformatie voor consumenten, ofwel Food Information to Consumers (FIC), die regels stelt voor levensmiddelen voor gewone consumptie. Het akkoord geeft echter weinig details over hoe dat moet gebeuren. Verschillende bronnen zeggen te verwachten dat de Commissie de regels van de bestaande “glutenvrij” Verordening zal overhevelen middels gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

Zulke handelingen vallen niet onder dezelfde controle en machtenscheiding als de gewone wetgevingsprocedure. Daarom zijn gedelegeerde handelingen normaal gesproken slechts bedoeld voor het wijzigen van niet-essentiële onderdelen van wetgeving en uitvoeringshandelingen slechts bedoeld voor het implementeren van regelgeving van technische of administratieve aard.

Verschillende bronnen melden dat de Commissie eerst een gedelegeerde handeling zal gebruiken om “glutenvrij” toe te voegen aan article 36 lid 3 FIC, zoals voorzien in lid 4 van dat artikel. Vervolgens vereist lid 3 dat de Commissie een uitvoeringshandeling vaststelt om inzake de toepassing van de volgende drie voorschriften van lid 2:

“2. Vrijwillig verstrekte voedselinformatie voldoet aan de vol­gende eisen:

a) zij is niet misleidend voor de consument, in de zin van artikel 7;

b) zij is niet dubbelzinnig of verwarrend voor de consument, en

c) zij is in voorkomend geval gebaseerd op relevante weten­schappelijke gegevens.”

– Artikel 36 lid 2, Verordening (EU) 1169/2011 (FIC)

“Details” overgelaten aan Commissie…

Hoe moet de Commissie deze algemene voorschriften nu precies invullen? Het nieuwe akkoord is hier niet helder in:

“De overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1169/2011 vast te stellen handelingen, waarbij de regels voor het gebruik van de vermeldingen “glutenvrij” en “zeer laag glutengehalte” als vervat in Verordening (EU) nr. 41/2009 nader moeten worden omschreven, dienen voor personen met een gluten- intolerantie ten minste hetzelfde beschermingsniveau te bieden als thans het geval is krachtens Verordening (EG) nr. 41/2009.”

– Overweging 26, Politiek akkoord over 2011/0156(COD)

De Nederlandse vertaling wijkt enigszins af van het Engelstalige origineel:

“The acts to be adopted pursuant to Regulation (EU) No 1169/2011, which are to transfer the rules on the use of the statements ‘gluten-free’ and ‘very low gluten’, as contained in Regulation (EC) No 41/2009, should ensure at least the same level of protection for people who are intolerant to gluten as currently provided for under Regulation (EC) No 41/2009.”

– Recital 26, Political agreement on 2011/0156(COD)

Enerzijds wordt het mandaat aan de Commissie beperkt door de woorden “which are to transfer”, die impliceren dat de Commissie de regels alleen mag verplaatsen, maar niet mag wijzigen. Daarnaast zou een verandering van de regels ook indruisen tegen het idee dat gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen alleen bedoeld zijn voor niet-essentiële zaken.

Anderzijds kunnen de woorden “ten minste hetzelfde beschermingsniveau” (onderstreping toegevoegd) worden begrepen als een toestemming aan de Commissie om aanvullende voorschriften te introduceren, mits deze het beschermingsniveau verhogen, maar ongeacht de kosten voor de fabrikanten of de gevolgen voor het aanbod voor consumenten met coeliakie. In dat laatste opzicht biedt de tekst van de overweging geen enkele garantie.

… die zich laat adviseren door comité van ambtenaren uit de lidstaten

Over de inhoud van de gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen zal worden besloten via zogenaamde comitology procedures, waarbij de Europese Commissie geadviseerd wordt door een besloten comité van experts gestuurd door de EU lidstaten. Zelfs Europarlementariërs zijn buitengesloten van de bijeenkomsten en ontvangen alleen kopieën van de voorstellen gedaan door de Europese Commissie.

Met betrekking tot gedelegeerde handelingen gaf het Verdrag van Lissabon het Europees Parlement en de Raad het recht om een veto uit te spreken tegen voorstellen van de Commissie, maar critici noemen dit een theoretisch recht. Hoofdstuk VII van de FIC Verordening geeft het Parlement slechts twee maanden om een absolute meerderheid te organiseren (369 van de 737 leden) voor een technisch onderwerp als “glutenvrij”-labels.

Voor de uitvoeringshandelingen bepaalt de FIC Verordening dat de Commissie de onderzoeksprocedure dient te volgen, welke bepaalt dat de Commissie de uitvoeringshandeling alleen mag aannemen als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (SCFCAH) een positief advies uitbrengt.

De sectie Algemene Voedselwetgeving van SCFCAH zal dit jaar vijf keer bijeenkomen. Op haar website staan agenda’s en samenvattingen waarin sommige gedachtenwisselingen tussen de delegaties beschreven worden, hoewel de individuele lidstaten niet bij naam worden aangeduid. Onderliggende documenten en details over wie precies de lidstaten vertegenwoordigen zijn beschikbaar voor het Europees Parlement en de Raad, maar niet voor het publiek.

Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. Er wordt gezegd dat lidstaten over het algemeen ambtenaren van een ministerie sturen die zijn gespecialiseerd in het betreffende onderwerp, maar er soms ook voor kiezen om bijvoorbeeld een expert van een universiteit te sturen. Een lobby van de dieetvoedingsindustrie aan het adres van deze ambtenaren zou wederom voor verrassingen kunnen zorgen.

Wie zijn die nationale ambtenaren en hoe bereik je ze?

Hoewel niet duidelijk is door wie de lidstaten zich precies laten vertegenwoordigen, zijn dit de plaatsen waar je op dit moment op nationaal niveau het beste je mening zou kunnen laten horen:

Heb jij meer informatie over het SCFCAH comité? Of heb je contact opgenomen met één van de bovengenoemde aanspreekpunten? Deel je ervaringen door onderaan dit artikel een reactie achter te laten.

Italië

Dat de belangen van “glutenvrij” consumenten in de ene lidstaat niet altijd parallel lopen met de belangen van “glutenvrij” consumenten in de andere lidstaten, toont het voorbeeld van Italië.

Italië’s focus op dieetvoeding

Het Italiaanse standpunt in de etiketteringsdiscussie is ambigu. In documenten en publieke debatten werpen Italiaanse EU-politici zich graag op als beschermers van de coeliakie-patiënten, waarbij ze dezelfde slogans hanteren als de dieetvoedingsproducenten, zoals “kwetsbare groep”, “speciale voedingsbehoeften” en “voldoende voedingsstoffen”. Met hun focus op dieetvoeding lijken ze echter weinig oog te hebben voor de rol die algemene levensmiddelen kunnen spelen in een glutenvrij dieet.

De Italiaanse Senaat en Italiaanse Europarlementariërs waren in de tweede helft van 2011 de eersten om aan de bel te trekken over de dreigende intrekking van de bestaande “glutenvrij”-Verordening. Vervolgens stonden zij echter toe dat het Europees Parlement een opinie in eerste lezing aannam waarmee het “glutenvrij” etiketteren voor dieetvoeding werd geregeld, maar voor normale voeding onmogelijk zou worden.

De Italiaanse Coeliakie Vereniging (AIC) zou naar verluidt tegen een opinie van de vereniging van Europese coeliakie-verenigingen (AOECS) van september 2012 hebben gestemd, waarin AOECS, onder bepaalde voorwaarden, het voorstel van Europese Commissie steunt om de “glutenvrij” regels over te brengen naar de algemene voedselwetgeving.

Een algemene verklaring voor het standpunt van Italië begint bij de Italiaanse gezondheidszorg. Italiaanse coeliakie patiënten krijgen hun glutenvrije dieetvoeding tot maximaal EUR 140 per maand vergoed. Dit vergoedingsstelsel verlicht het probleem dat veel andere Europese coeliaken hebben met dieetvoeding: de hoge kosten.

Maar nu steeds meer normale voeding het “glutenvrij” merk krijgt, wordt het voor de Italiaanse ziektekostenverzekering moeilijk te bepalen welk glutenvrije voedsel te vergoeden:

“Het lijkt erop dat het nodig is het register van vergoedbare dieetproducten voor coeliakie-patiënten te herzien, omdat regels op het niveau van de [Europese] Gemeenschap, zoals de Verordening (EG) 41/2009 onder bepaalde voorwaarden toestaan dat ook levensmiddelen voor gewone consumptie het label “glutenvrij” dragen.”

Visie op de nationale gezondheidszorg 2011-2013, Ministerie van Volksgezondheid, Italië, pagina 30 (pagina 34 van de PDF)

Tesamen met de scherpe stijging van het aantal gediagnosticeerde coeliakie-patiënten (van 64.000 in 2007 tot 135.000 in 2011), een geschatte vijver van 465.000 nog niet gediagnosticeerde patiënten en Monti’s brede bezuinigingsmaatregelen die ook de gezondheidszorg raken, bedreigen de extra kosten van het vergoeden van normale voeding ongetwijfeld het Italiaanse systeem van “glutenvrij”-vergoeding. Zowel Italiaanse coeliakie-patiënten als de dieetvoedingsindustrie zullen bezuinigingen op Italië’s vergoedingsstelsel willen voorkomen.

Italiaanse dieetvoedingsindustrie betrokken bij besloten EU onderhandelingen

Een specifiek gevolg van dit gedeelde belang is deze memo van 19 oktober 2012. Het bevat een aantal suggesties voor de nieuwe wetgeving. Het is getekend door AIC en gestuurd naar de Europese wetgevers die achter zogenaamd gesloten deuren onderhandelden. Echter, de eigenschappen van het Microsoft Word document laten zien dat de memo oorspronkelijk is geschreven door het hoofd Voedingssupplementen en dieetproducten van de Italiaanse vereniging van voedselproducenten (AIIPA).

AIC memo aan EU wetgevers van 19 oktober 2012 toont AIIPA vertegenwoordiger als oorspronkelijk auteur

Omdat AIIPA in de tekst van de memo zelf niet genoemd wordt, zijn de EU wetgevers die AIC’s opinie ontvingen zich waarschijnlijk niet bewust geweest van de betrokkenheid van AIIPA.

De memo stelde voor om de volgende tekst toe te voegen aan Overweging 26 van de voorgestelde wetgeving, suggererend dat coeliakie-patiënten niet kunnen leven zonder voeding die speciaal voor hen gemaakt is:

(26) Levensmiddelen die zijn samengesteld, verwerkt of bereid om te voldoen aan de speciale dieetwensen van gluten-intolerante mensen zijn een consistent bron van voeding voor deze kwetsbare groep van de bevolking. Zulke levensmiddelen zijn van levensbelang voor het beheersen van coeliakie, omdat een glutenvrij dieet de enige behandeling is voor deze pathologie. Coeliakie-patiënten hebben levensmiddelen nodig die speciaal zijn samengesteld om hen te helpen in het middels het dieet beheersen van hun specifieke aandoening. […]

Voorgestelde tekst in oorspronkelijk door AIIPA opgestelde, door AIC ondertekende memo aan EU wetgevers van 19 oktober 2012.

Deze tekst heeft het niet gehaald tot het politiek akkoord.

De memo wekt ook de indruk dat er informatie terugvloeide van de onderhandelingstafel naar AIC en AIIPA, omdat de memo commentaar levert op een versie die wijzigingen bevat die nog niet in de meest recente openbare versie van dat moment stonden, maar pas voor het eerst publiek werden bij de presentatie van het politiek akkoord op 14 december 2012.

AIC hoeft geen aanvullende eisen op normaal voedsel

Ik heb AIC gevraagd naar de betrokkenheid van AIIPA. Susanna Neuhold, binnen AIC op nationaal niveau verantwoordelijk voor levensmiddelen, zegt dat ze heeft samengewerkt met zowel de voornaamste Italiaanse consumentenorganisatie Unc als de Italiaanse glutenvrij-producenten binnen AIIPA, omdat in Italië de consumenten en de dieetvoedingsindustrie het op dit onderwerp met elkaar eens waren. Ze geeft toe dat de Italiaanse producenten van normale levensmiddelen een ander standpunt hadden, maar stelt dat het AIC standpunt alleen zag op speciaal voor coeliakie-patiënten geproduceerde voeding.

Ik heb AIC ook gevraagd naar haar opvatting over glutenvrije levensmiddelen voor gewone consumptie. In antwoord hierop stelt Neuhold dat voor levensmiddelen voor gewone consumptie 20ppm de enige vereiste moet zijn om deze “glutenvrij” te labellen. Daarnaast wil AIC een aparte categorie voor voedsel dat glutenvrij is gemaakt, waarvoor dan wel nadere voorschriften zouden moeten worden ingevoerd:

“Wat betreft levensmiddelen voor gewone consumptie, denken wij aan (en hebben wij gevraagd om) dezelfde voorschriften als nu, dat wil zeggen: het garanderen van een maximum drempel van 20 ppm bij gebruik van de claim “glutenvrij” op het etiket van een product.

We hebben om meer bescherming gevraagd, daarentegen, voor “levensmiddelen die speciaal zijn verwerkt, bereid of gefabriceerd om het glutengehalte van één of meer gluten bevattende ingrediënten te beperken” (voorheen “dieetvoeding” genaamd).”

– Susanna Neuhold, nationaal hoofd voeding, AIC, 7 december 2012.

Neuhold noemt deze tweede categorie ook wel ‘voeding speciaal gemaakt voor coeliakie-patiënten’ of ex-dieetvoeding, zoals glutenvrij brood en glutenvrije pasta. Voor deze categorie zal AIC nu op nationale niveau proberen de bestaande Italiaanse wetgeving in stand te houden die zowel autorisatie door de overheid van het productieproces in de fabriek vereist als een verplichte melding aan het Italiaans Ministerie van Volksgezondheid voor elk nieuw product dat op de markt wordt gebracht.

Hoewel Neuhold toegeeft dat andere EU-landen ervoor kunnen kiezen om ‘levensmiddelen speciaal gemaakt voor coeliakie-patiënten’ anders te reguleren, zullen alleen die producten die voldoen aan de additionele Italiaanse eisen worden opgenomen in een Italiaanse nationale lijst van ‘levensmiddelen speciaal gemaakt voor coeliakie-patiënten’, waarmee ze vervolgens in aanmerking komen voor vergoeding door Italië’s nationale zorgverzekering.

Overweging 26 van het politiek akkoord roept nu de Commissie op om na te denken over een onderscheid dat dat mogelijk zou maken. Neuhold zegt dat andere Europese coeliakieverenigingen, verenigd in AOECS, ook hierom gevraagd hebben.

Wat betreft de hiervoor genoemde AIC stem tegen het AOECS standpunt van september 2012, zegt AIC nu het AOECS standpunt te steunen en op nationaal niveau te zullen werken aan het behouden van de garanties voor ex-dieetvoeding.

In de stemming van de Raad van de Europese Unie op 20 december 2012 stemde Italië vóór het akkoord.

Laatste reactie van AIC

Na vooraf inzage te hebben gekregen in dit artikel antwoordt AIC verder dat speciaal voor coeliakie-patiënten geproduceerde voeding, zoals brood, pasta en koekjes, de naleving van het glutenvrije dieet garandeert en daarom additionele beschermende voorschriften vereist. Dit zal het aanbod voor de glutenvrije consument niet aantasten. AIC zegt dat het altijd heeft geëist dat er ook een mogelijkheid is voor levensmiddelen voor gewone consumptie om de claim “glutenvrij” te gebruiken en noemt de suggestie dat het Italiaanse standpunt het resultaat is van druk vanuit economische belangengroepen “belachelijk”.

AIC stelt verder dat de vergoeding van glutenvrije voeding door de Italiaanse zorgverzekering nooit in gevaar is geweest door het gebruik van “glutenvrij” op normale voeding, omdat alleen de glutenvrije dieetproducten (dat is: voeding die speciaal is geformuleerd voor coeliakie-patiënten) worden vergoed. Volgens AIC ging de zin in de Visie 2011-2013 van het Ministerie van Volksgezondheid over levensmiddelen voor gewone consumptie juist niet over levensmiddelen voor gewone consumptie, maar over bepaalde productcategorieën, zoals gepaneerde producten.

Wat betreft haar samenwerking met de dieetvoedingsindustrie verklaart AIC:

AIC heeft de afgelopen maanden op een transparante manier gewerkt, publiek en openlijk onze samenwerking met AIIPA op dit specifieke onderwerp aangegeven, en wij menen dat de verwijzing naar de eerste versie van het AIC document aangehaald in het artikel vals en misleidend is, omdat AIC, AIIPA en UNC in de afgelopen maanden veel gezamenlijke stukken hebben geproduceerd.

— AIC, 21 februari 2013.

Lees de volledige verklaring van AIC in reactie op deze blog post.

Diverse standpunten

De Lange verwacht geen verrassingen meer

Europarlementariër Esther de Lange (Nederland, CDA/EVP schaduwrapporteur op dit dossier) zegt dat zij en andere parlementariërs een garantie van de Europese Commissie hebben gekregen dat de bestaande regels van Verordening 41/2009 rechtstreeks overgezet zullen worden in de nieuwe uitvoeringshandeling onder Verordening 1169/2011. De Commissie heeft hen zelfs de voorgestelde tekst van de uitvoeringshandeling laten zien, welke inderdaad overeenkwam met de bestaande regels. Hoewel ze toegeeft dat het de Commissie altijd vrij staat om initiatieven te nemen op wetgevend gebied, legt De Lange uit dat de Commissie voor het introduceren van veranderingen op dit gebied toch eerst langs de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en het Europees Parlement zal moeten.

Volgens De Lange kan Overweging 26 niet opgevat worden als een vrijbrief voor extra eisen. Zulke veranderingen vereisen een uitgebreidere procedure en de Commissie heeft aangegeven dat dat niet haar intentie is. Ze wijst er verder op dat de huidige regels nog maar recentelijk zijn opgesteld [2009] en dat er geen problemen mee bekend zijn die aanpassing nodig maken.

Het akkoord roept de Commissie op om een onderscheid tussen glutenvrij gemaakte voeding en natuurlijk glutenvrije voeding te onderzoeken. De Italiaanse Coeliakie Vereniging AIC vroeg ook om dit onderscheid, zodat het op nationaal niveau aanvullende voorschriften voor glutenvrij gemaakte voeding kan behouden.

Volgens De Lange is de oproep aan de Commissie vooral bedoeld als een verzoek om te kijken of consumenten baat zouden kunnen hebben bij twee aparte labels. Als de Europese Commissie inderdaad een dergelijk onderscheid zou willen invoeren, is dat iets waar ook EFSA en de nationale overheden aan mee zouden kunnen doen. De Lange stelt verder dat, voor zover zij weet, bescherming van de dieetvoedingsindustrie nooit een overweging is geweest in de onderhandelingen over dit onderwerp.

Volgens De Lange doet de overheveling van de regels naar de algemene voedselwetgeving niets af aan de mogelijkheden voor Italië om bepaalde glutenvrije levensmiddelen te vergoeden binnen haar ziektekostenstelsel, zoals ook de huidige regels dat niet deden.

De Lange wijst er verder op dat dankzij de overheveling naar de FIC Verordening, de regels voor “glutenvrij” labelling ook gaan gelden voor niet-voorverpakte voeding.

Overzetting naar verwachting begin 2014 gereed

Verrassingen daargelaten, verwacht De Lange dat de overzetting van de regelgeving tussen december 2013 en maart 2014 gereed is. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de tekst van het politiek akkoord uiterlijk maart 2013 wet wordt, dat het aannemen van de gedelegeerde handeling 6 à 7 maanden zou duren en het aannemen van de uitvoeringshandeling nog eens 3 à 4 maanden.

Het nieuwe akkoord bepaalt dat de huidige regels van Verordening (EG) 41/2009 van kracht blijven totdat de overzetting is voltooid.

Europese Commissie (begin 2012): Er verandert geen iota

Tijdens de debatten van verschillende commissies van het Europees Parlement van december 2011 en januari 2012, heeft de Europese Commissie zeer duidelijk aangegeven dat zij niet de intentie had om de regels omtrent “glutenvrij” te wijzigen:

“[D]e regels voor coeliakie-patiënten zoals wij ze voor ogen hebben gaan niet veranderen. Precies dezelfde regels zullen gehandhaafd blijven met dezelfde vereisten voor het voeren van de claims “glutenvrij” en “laag gluten” en de aanduiding dat dit speciaal bedoeld is voor coeliakie-patiënten zou daar best bij kunnen zitten, dus ik zou graag iedereen gerust willen stellen aan de bescherming voor coeliakie-patiënten geen iota zal veranderen.”

– Basil Mathioudakis, Hoofd van eenheid, Voeding, samenstelling en informatie over levensmiddelen, DG SANCO, 20 december 2011 (video, Engels met Nederlandse vertolking, fragment vanaf 11:52:30)

In een latere bijeenkomst met een andere commissie van het Europees Parlement, voegde de Commissie daaraan toe dat de overzetting ook geen invloed zal hebben op de kosten voor de voedselproducenten:

“Ik kan u verzekeren dat de Commissie voorstelt om precies dezelfde bewoordingen van de daar bestaande voorschriften te nemen en die over te hevelen […]

Ik kan u verzekeren dat niets zal veranderen aan de bescherming voor de consumenten, niets zal veranderen aan de kosten voor de bedrijven.”

– Basil Mathioudakis, Hoofd van eenheid, Voeding, samenstelling en informatie over levensmiddelen, DG SANCO, 12 januari 2012 (video, Engels met Nederlandse vertolking, fragment vanaf 12:01:35)

Uiteraard was dit allemaal vóórdat de Commissie werd gevraagd om een mogelijk onderscheid tussen natuurlijk glutenvrije voeding en glutenvrij gemaakte voeding te onderzoeken.

Geen standpunt van de Raad over mogelijkheid additionele eisen

In het commentaar dat de Raad vorig jaar gaf op de eerste lezing door het Europees Parlement, gaf deze aan de bestaande regels te willen handhaven:

“In de optiek van de Raad zou het aannemen, in de context van Verordening (EU) Nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, van dezelfde regels als die nu van toepassing zijn op die glutenvrije levensmiddelen, voor mensen met coeliakie hetzelfde beschermingsniveau zeker stellen als voorzien in Verordening (EG) Nr. 41/2009. Het zou het daarnaast mogelijk maken de regels ook toe te passen op niet-voorverpakte levensmiddelen.” (onderstreping in origineel)

– Nota 12132/12 van het Algemeen Secretariaat van de Raad aan Delegaties, 6 juli 2012 (LIMITE document gepubliceerd op 4 oktober 2012).

Ook hier geldt dat dit vóór afgelopen december was. Toen heeft de Raad ingestemd met een politiek akkoord dat vraagt om “tenminste hetzelfde beschermingsniveau” (onderstreping toegevoegd).

Berlijn laat bezwaren op laatste moment varen

Tot het laatste moment was de Duitse delegatie in COREPER (één niveau onder de Raad) tegen het akkoord op het onderwerp “glutenvrij”:

“DE heeft zijn afkeuring uitgesproken omdat het niet de garantie kon krijgen dat de huidige regels over gluten volledige zullen worden overgezet onder het nieuwe juridische raamwerk en omdat de Unie-lijst geen “andere stoffen” zou bevatten (en daarmee een gesloten lijst zou worden).”

Comité van Permanente Vertegenwoordigers (COREPER) bijeenkomst van 7 en 9 november 2012.

Duitsland geeft twee redenen waarom het tegen het akkoord stemt. Alleen de eerste reden heeft met het onderwerp “glutenvrij” te maken. De tweede reden gaat over een EU-lijst van stoffen, een onderwerp dat niets met gluten te maken heeft. In een latere COREPER bijeenkomst herhaalt Duitsland zijn standpunt:

“DE heeft zijn afkeuring van het akkoord uitgesproken om de redenen reeds genoemd op 9.11.2012.”

COREPER bijeenkomst van 14, 15 en 19 november 2012.

Ergens in de daarop volgende maand lijkt Duitsland echter te zijn overtuigd wat het “glutenvrij” onderwerp betreft. Terwijl het politiek akkoord omhoog werd getild van COREPER naar de Raad, liet Duitsland zijn eis voor een garantie over “glutenvrij” vallen. In een verklaring voor hun stem tégen het akkoord als geheel, wees Duitsland nu alleen nog maar op de stoffenlijst, een onderwerp dat niet gerelateerd is aan gluten:

“Duitsland heeft de herziening van de Europese wetgeving inzake dieetvoeding altijd principieel gesteund. De doelstellingen van een vereenvoudigde en verbeterde wetgeving alsmede van een verdergaande harmonisatie van het recht worden met de beoogde verordening naar het oordeel van Duitsland niet in toereikende mate verwezenlijkt. Duitsland vindt met name dat in de nieuwe verordening onvoldoende rekening wordt gehouden met het voor de zeer kwetsbare doelgroepen vereiste bijzondere beschermingsniveau. Op grond van het voorzorgsbeginsel in de gezondheidsbescherming is het naar het oordeel van Duitsland problematisch om de toevoeging van andere stoffen, die vanwege hun nutritionele of fysiologische effect aan de onder het toepassingsgebied vallende levensmiddelen worden toegevoegd, onbeperkt toe te staan.”

Verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland in de Raad van de Europese Unie, 19 december 2012

Hebben de Duitsers de garanties gekregen die ze eerst wilden? Zijn ze zelf van standpunt gewijzigd? Of hebben ze nog steeds twijfels bij de “glutenvrij” deal, maar vonden ze die niet belangrijk genoeg om op het niveau van de Raad te noemen?

Wie meer informatie heeft over het standpunt van Duitsland in deze discussie, laat het ons weten via e-mail of in de comments.

Update 22 februari 2013: Over dit onderwerp is een vervolgartikel verschenen: “Europese Commissie over glutenvrij: “Hetzelfde niveau van bescherming””. Je kunt nu onder dat artikel reageren.